Neuraaltherapie

Een behandeling met neuraaltherapie richt zich op het autonome zenuwstelsel. Dit is het deel van het zenuwstelsel dat buiten het bewustzijn om werkt, zoals het regelen van de hartslag, lichaamstemperatuur en spijsvertering. Bij ontregeling van dit zenuwstelsel kunnen langdurig aanhoudende klachten en ziekten ontstaan, zo ook -een aantal- symptomen die behoren bij de vermoeidheidsziekte M.E./CVS.

Segmenttherapie

Een neuraaltherapeutische behandeling begint in principe met segmenttherapie. Hierbij probeert een deskundige om vanuit de plaats van de klacht en zijn omgeving (segment) het verkeerd functioneren van de betreffende orgaansystemen weer in evenwicht te brengen. Dit gebeurt door een injectie met verdovingsvloeistof op de plaats van het pijngevoel in te spuiten, of op de plaats van (eerdere) littekens. Dit kan ook in combinatie met wat diepere injecties ter hoogte van de uittreedplaatsen van verschillende zenuwen, maar ook op andere plaatsen bij de wervel. Soms is het nodig om een neuraaltherapeutische injectie te geven in de buurt van een bepaalde zenuwknoop van het zenuwstelsel.

Stoorveldtherapie

Het kan ook voorkomen dat er een hele andere plek in het lichaam verantwoordelijk is voor de pijn. Een neuraaltherapeut spreekt dan van een stoorveld. Een stoorveld wordt veroorzaakt door beschadigd en/of aangedaan weefsel dat abnormale elektrische stroompjes afgeeft en op andere plaatsen in het lichaam klachten geeft. Hierbij moet over het algemeen gedacht worden aan littekenweefsel van bijvoorbeeld een operatie, resten van een keelontsteking, botbreuk of achtergebleven glas splinters die irriteren onder de huid. Bij het injecteren van een anesthesie kan het stoorveld direct verdwijnen, beter bekend als hetSecondenfenomeen. Dat wil zeggen dat met één enkele injectie de pijn is verdwenen.

Werkzame stof

De verdovende stof waarmee een neuraaltherapeut en/of deskundige injecties toedient is meestal het licht werkende locaalanaesticum procaïne. Af en toe worden sterker werkende middelen gebruikt zoals bijvoorbeeld lidocaïne, citanest of marcaïne. Dit soort injecties mogen alleen door artsen en tandartsen worden toegediend. Zo is de kans dat er verkeerd of te veel van de stof wordt geïnjecteerd minimaal.

Effect

Het grootste verschil in het toedienen van een lokale verdoving zit in het effect. Bij een ‘normale’ verdoving is de patiënt maar een half uur tot anderhalf uur verlost van de pijn, terwijl met het injecteren van een blokkering van het zenuwstelsel de pijn minimaal 24 uur wegblijft. In het laatste geval hebben de injecties dus als therapie gewerkt. Geen enkele vorm van pijnbestrijding werkt op deze manier. Wellicht prettig dus voor bijvoorbeeld patiënten die lijden aan de vermoeidheidsziekte M.E./CVS, waarvan 95% ook pijnklachten heeft.

Na de eerste behandeling blijven de klachten vaak een tot enkele dagen weg. De periode van merkbare verbetering wordt na ieder behandelsessie langer. Daarna zijn meestal vijf tot zes vervolgbehandelingen nodig om de klachten totaal te laten verdwijnen. Eveneens is het mogelijk dat oude pijnklachten of emoties tijdelijk opnieuw worden beleefd door de patiënt, maar meestal treedt een algeheel gevoel van ontspanning op.

Neuraaltherapie kan baat hebben bij een heel scala aan ziektes en/of klachten, zo ook bij symptomen die behoren bij de Vermoeidheidsziekte M.E./CVS. Voorbeelden van pijnklachten en andere ziektes zijn: hoofdpijn, migraine, Syndroom van Raynaud, Onderbuikpijn, Arthrose, Chronische schouderklachten, Fibromyalgie, RSI-klachten, rugpijn, Multiple Sclerose, Hooikoorts, aangezichtspijn, Wiplash, chronische Sinusitis, Syndroom van Tietze etc. etc.

Hoe ziet de behandeling eruit?

Allereerst gaat er een uitgebreid vraaggesprek en lichamelijk onderzoek aan de behandeling vooraf. Wat een neuraaltherapeut of andere deskundige altijd goed van te voren moet weten is, welke operaties en ongelukken wellicht aan vooraf zijn gegaan. Hoe de toestand van het gebit is, amandelen, oren, bijholten, darmstelsel en geslachtsorganen. Deze informatie is heel belangrijk, ook al heeft het op het eerste gezicht niets met de klachten te maken.

Vervolgens volgt een proefbehandeling met procaïne of lidocaïne. Op grond van gegevens uit het vraaggesprek, het lichamelijk onderzoek en de reactie van het lichaam op de proefbehandeling kan de neuraaltherapeut of deskundige een diagnose stellen.

Sommige neuraaltherapeuten maken daarnaast gebruik van andere diagnostische methodes die afkomstig zijn uit zowel de reguliere als niet-conventionele geneeskunde (acupunctuur en natuurgeneeskunde), zoals röntgendiagnostiek, polsdiagnostiek en andere beschikbare meetmethoden die wellicht nuttig zijn voor patiënten met de vermoeidheidsziekte M.E./CVS

Voordelen:

Behandeling wordt vergoed door zorgverzekeraars (afhankelijk van het pakket) mits de arts is aangesloten bij de NVNR.

Nadelen:

Enkel symptoombestrijding van pijnklachten: er wordt niet naar de oorzaak gekeken van de vermoeidheidsziekte M.E./CVS